Fragment uit 'Vrouw. Met kind.'

Hoofdstuk 1


Daar stond ze dan, Céleste, in haar woonkamer, met links op de grond een reistas, rechts een lege wieg, in haar armen haar kersverse zoon, Oscar. Dit was niet de thuiskomst die ze zich had voorgesteld. Zelfs haar aardse verwachtingen ston­ den mijlenver af van dit donkere, kille huis waarin ze na vijf dagen kraamafdeling thuiskwam. Céleste was altijd nuchter genoeg geweest om geen opgeblazen flamingo’s of roze wolken te verwachten. Tot voor een jaar of twee zou niemand nog maar hebben geloofd dat er in haar een moeder zat: gedul­ dig, huislijk en kindvriendelijk. Dat was niet meteen hoe de buitenwereld haar zag. Sinds haar kindertijd had ze een hoge façade opgetrokken waarachter ze zich veilig voelde. En toch was het beginnen kriebelen, als een rups die eindelijk klaar was zijn cocon te verlaten. Haar leven, waar ze voordien zo van had genoten – avonden uit met vriendinnen, verre reizen, een relatief kleinschalige maar levensnoodzakelijke carrière het had allemaal opeens zo leeg en zinloos geleken. Alsof ze was gaan slapen en ’s nachts iemand haar prioriteiten­ lijst overhoop had gegooid. Die eeuwige lijstjes waarmee ze haar man, Koen, zo makkelijk op stang had kunnen jagen. Plannen en prioriteiten stellen was nooit aan hem besteed geweest. Hij was eerder het type dat haar had afgeremd, had geleerd dat het oké was om soms eens even stil te zitten en niets te doen. Het type dat ongebonden wilde blijven, voor wie ‘huisje, tuintje’ nog net door de beugel kon, maar dat van ‘kindje, ringetje’ ging steigeren als een angstige, wilde mus­ tang. De enige momenten dat je hem met die mustang zou kunnen vergelijken. Voor de rest hield hij er eerder een slak­ kengang op na. Zijn eeuwige kalmte had hypnotiserend op haar gewerkt en werd ruimschoots gecompenseerd door de bedrijvigheid van het grote gezin waarin hij was opgegroeid. Als kleine poulain in een nest van vier kinderen, drie oudere zussen met name, was hij altijd verwend geweest. Gedragen van de ene arm op de andere, gepamperd en betutteld door zijn moeder en zussen had hij een andere kijk op het leven gekregen dan Céleste, die ongewild had geleerd zichzelf over­ eind te houden. Zij was haar eigen ruggengraat en de zijne. Koen had in Céleste een nieuwe, volwassen vorm van vrou­ welijke adoratie gevonden, zij bij hem een groot gezin waarin ze kon opgaan. Erop terugkijkend zou ze moeten toegeven dat hun relatie nooit op de juiste fundamenten was gebouwd. Een brug met ongelijke steunpilaren raakt vroeg of laat uit balans. Jammer genoeg merk je dat vaak pas wanneer je uit het niets de diepte in stort. Voor zover ze dat met hun beperkte levenservaring had­ den kunnen inschatten, had deze relatie de moeite geloond om erin te geloven, ook al had elk van hen daarvoor andere argumenten. De twee oudste zussen van Koen waren intussen zelf moeder geworden, wat in de familie nog meer warmte en liefde teweegbracht. En dus was het bij Céleste op haar achtentwintig jaar beginnen te kriebelen. Ondanks haar wan­trouwige kijk op het traditionele gezinsleven, had ze in zich­ zelf de kracht gevonden om de sprong te wagen. Tenslotte, als ze deze man na zoveel jaar niet kon vertrouwen, wie zou ze dan ooit graag genoeg zien om zijn kind te durven baren? Céleste had genoeg verhalen gehoord, gezinnen gezien waar naarmate de buik van de vrouw dikker werd, de spreek­ woordelijke afstand tussen het koppel ook toenam. Ze was slim genoeg om niet in de val te lopen. Ze zou haar kinderwens in een doosje stoppen en ver weg opbergen, tot hij er op een dag klaar voor zou zijn. En sneller dan ze had kunnen vermoeden, een jaar later, mocht ze dat doosje weer bovenhalen: na een stomende vrijpartij op een donderdagvoormiddag – ze wist het nog heel precies – liet hij haar weten er klaar voor te zijn. Als zij een kind wilde, wilde hij haar dat graag geven. Ze hadden duidelijk een andere definitie van wat die gift zou inhouden. De verwarmingsketel trok zichzelf ronkend op gang en het licht sprong aan. ‘Dan zien we tenminste wat we doen.’ Ellen zette een grote kartonnen doos neer op het kookeiland. De lichtblauwe olifant piepte een paar schelle muzieknoten vanFrère Jacques toen ze hem opving net voor hij de grond raakte. ‘Schattig deze. Hij draagt een gestreepte pyjama.’ Al meer dan tien jaar waren Céleste en Ellen hartsvriendin­ nen. Ogenschijnlijke tegenpolen hadden ze veel raakvlakken, behalve dan Ellens voorliefde voor strepen. Onbewogen stond Céleste exact daar waar Ellen haar bij het binnenkomen had achtergelaten. Voorzichtig nam Ellen Oscar uit Célestes armen en legde hem – nog steeds slapend – neer in het park dat ze een week eerder zelf in elkaar had gezet. ‘Zet die spullen nu even aan de kant voor we erover val­ len.’ Ellen gebaarde naar de reistas en de wieg en liep voor de derde keer naar de auto voor de overige cadeaus die bezoekers hadden meegebracht naar het ziekenhuis. Met een diepe zucht bracht Céleste zichzelf terug naar de werkelijkheid. Machinaal begon ze de cadeaus uit te stallen op de andere hoek van het eiland. De buit was groot genoeg voor meer dan één gezin. Plastic servies, drinkbekers, pluchen knuffelberen, zingende olifanten en een reeks hightech keu­ kenmateriaal. Enkel de vader, die ontbrak.

10 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven